De langste nacht?

Terwijl iedere zeiler in Nederland e.o. zich opmaakte voor de zomervakantie, hebben wij op vrijdagavond 20 juni de langste nacht gevierd. Aan boord van de voormalige, 67 voets, British Steel Challenge "Xplore" van onze Australische vriend Stephen hebben we met de overwinteraars hier een erg gezellige avond gehad.
Die "Langste Nacht" mag wat vreemd klinken maar wij hebben het gevoel dat het bijna Kerstmis is. Dat komt omdat we ons met een kleine kolonie zeilers in Ushuaia aan het Beagle kanaal bevinden. Er liggen onder andere Fransen, Oostenrijkers, Amerikanen, Duitsers en Zwitsers.
De kolonie mag dan klein zijn; De Nederlandse schepen zijn goed vertegenwoordigd. Zo liggen hier een aantal "vaste bewoners" als Tooluka, Sarah W. Vorwerk en Abel Tasman. En dan zijn hier aan het eind van de zuidelijke zomer aangekomen de Nije Faam, Giebateau (van wie onlangs een stukje in Zilt) en wij met Pacific Blue. De meeste charterschepen zijn opgelegd en de bemanningen naar huis tot de zuidelijke lente. Alleen "Xplore" wordt permanent bewoond door Stephen. We kunnen hem aanbevelen als je hier wilt charteren. Hij is schipper geweest bij de British Telecom Challenge van 2000. Maar vlak ook Sarah W. Vorwerk en Tooluka niet uit voor mooie tochten.
Nadat wij door omstandigheden, ruim drie maanden te laat, pas op 23 Januari konden vertrekken uit Nederland hebben we het schip, dat in Piriapolis (Uruguay) op de kant stond, zo snel mogelijk klaar gemaakt om te vertrekken. Hoewel je er goed en goedkoop uit het water kunt, is het moeilijk om aan scheepsartikelen te komen. Zelfs in Buenos Aires hebben we flink moeten zoeken om spullen te vinden. Zaken als Dekker en Kniest kennen ze hier niet.

Van Piriapolis naar Mar del Plata

Voor de eerste tweehonderd mijl naar Mar del Plata moet je de, meer dan 100 mijl brede, monding van de beruchte Rio de la Plata kruisen. Ook wij konden een forse Pampero niet ontlopen. We zagen boven de bloedhete pampa's tegen de avond een ongelooflijk zwarte lucht ontstaan. Op de radar zagen we dat het gebied meer dan 50 mijl doorsnede had. Het duurde niet lang of we zaten in zware windstoten van over de vijftig knopen. Na een dik halfuur verminderde dat tot ruim dertig knopen en dat voelde als een verademing maar wij knijpen hem altijd meer voor de bliksemflitsen. Het knalt ontzettend hard in zo'n bui. De atmosfeer dreunt echt en de hemel is rondom verlicht. Maar goed; Na een paar uur konden we gelukkig ongeschonden op koers naar Mar del Plata.

Daar doet iedereen inkopen voor een aantal maanden omdat verderop weinig of niets te krijgen is. We troffen Henk de Velde met zijn mooie trimaran "Juniper". Hij ligt te wachten op een nieuwe carbon mast uit Buenos Aires en hoopt in Augustus weer te kunnen vertrekken voor zijn "Reis Met Onbekende Bestemming". Wat dus niet betekent dat hij nooit meer terug komt naar Nederland. Hij verspeelde in Januari zijn grote vleugelmast in zwaar weer ter hoogte van Peninsula Valdez (Argentinië). Met het weer valt in deze streken niet te spotten. En dat doet Henk natuurlijk ook niet. Zie www.sailorsforsailors.com
Maar wij moesten die kant nog op. We kunnen niet ontkennen dat we een beetje hol gevoel in de maag hadden. Hoewel Mar del Plata bekend staat als de laatste plaats waar je je kunt voorbereiden, is het ook hier moeilijk om aan scheepsspullen te komen. Het lukte uiteindelijk wel om zelf een RVS mast voor de X-marine windgenerator te installeren. In deze winderige gebieden hebben we daar veel plezier van. Eten is wel in overvloed te krijgen en Paula maakte onder andere zelf zuurkool en zoute snijbonen.

Van Mar del Plata naar Caleta Horno

Op 7 Maart gingen we met een redelijk weer-window op weg naar het zuiden. De bestemming was Caleta Horno op 45*Z maar we hadden de mogelijkheid om te schuilen in Bahia San Blas. Het weer is hier echter zo onbestendig dat we de volgende dag al weer Z-7 op de grib-files zagen. Omdat we net het havenstadje Necochea passeerden zijn we daar maar twee dagen aan een viskotter gaan liggen tot de depressie weer voorbij was. Daarna was het geweldig zeilen voor een dag of vier. Elke dag blauwe luchten en bijna steeds lopende winden met af en toe wat motoruren. Houdt er wel rekening mee dat windkracht zes en zeven hier vrij normaal is. Zolang die niet tegen is gaat dat wel. De eerste dag, alleen zeilend, maakten we 140 mijl en de tweede dag 180 mijl met een of twee reven en de gedeeltelijk ingerolde genua op de boom. Toch blijf je geconcentreerd op het weer. Als het kan proberen we de depressies met hun harde Z- ZW winden te ontlopen op een beschutte ankerplek. Maar we arriveerden na drie en een half etmaal midden in de nacht probleemloos in Bahia Gill waar we in het pikkedonker ankerden om 's morgens Caleta Horno binnen te varen. Weer 550 mijl op het log.

We verbleven een week moederziel alleen in het maanlandschap van Caleta Horno. Het is een "bulletproof" ankerplek maar je bent volledig op jezelf aangewezen. In de wijde omtrek is er niets. We hadden het goed naar onze zin want je kunt er flinke wandelingen maken en het bleef mooi weer. Van de depressies hadden we weinig last en de windmolen maakte overuren.

Van Caleta Horno naar Staten Eiland

Uiteindelijk moet je dan weer verder voor het langste en meest onbeschutte stuk naar Staten Eiland. Er is een riviermond waar je in geval van nood kunt binnenlopen; Puerto Deseado. Maar het wordt eigenlijk afgeraden vanwege het gebrek aan aanlegmogelijkheden en de harde getijstromen. De andere rivieren zoals Rio San Julian en Rio Gallegos hebben een getij van een meter of tien met schuivende zandbanken en geen up-to-date informatie. In geval van nood zou je waarschijnlijk de Prefectura (een soort Kustwacht) op kunnen roepen om je binnen te brengen want er komen ook grote zeeschepen binnen. Henk de Velde vertelde ons dat hij noodgedwongen Rio Gallegos was binnengelopen met de Campina maar hij raadde het ons ten sterkste af.

Voor vertrek begonnen we dus weer grib-files te bestuderen via Sailmail en we konden ook weerkaartjes downloaden van de Chileense weerdienst in Valparaiso. Het nadeel van deze weerkaartjes is dat ze altijd al drie uren oud zijn en ze hebben natuurlijk geen voorspellende werking. Wat dat betreft gaan wij er van uit dat de grib-files, hoewel elektronisch gegenereerd, beter zijn dan onze amateur inschatting. Ondanks onze goede meteo-lessen van directeur Henk Wever op de Enkhuizer Zeevaartschool. Wat je wel kunt zien is, of het Zuid-Atlantisch en het Zuid-Pacifisch Hoog naar het zuiden komen. Dan duwen ze de depressies ook meer naar het zuiden richting Drake Passage. Waar ze dan natuurlijk weer des te harder huishouden vanwege de compressie van de isobaren.
Omdat het erg moeilijk is om overzicht te houden over alle informatie voor vijf à zes dagen gebruikten we een overzichtskaart van het gebied om alles op te noteren. Globale koersen, en afstanden plus bijbehorende weerinformatie per zes uur. Deze weerinfo werd elke dag weer met de meest actuele informatie up-to-date gebracht. Dan kan je ook de ontwikkeling van het weer in de gaten houden. Van Nije Faam kregen we ook nog Bouyweather berichten via de Sailmail.

Op 22 Maart ging we 's morgens anker op nadat we de avond ervoor, met hoog water, de lijnen al van de wal hadden gehaald. Er is namelijk vijf meter tijverschil.
Een perfect window krijg je nooit dus uiteindelijk moet het er gewoon een keer van komen. De overgang tussen de Noorden- en de Zuidenwinden geven meestal een aantal uren zeer weinig wind en we moeten bekennen dat we dan nog wel eens de motor starten. Want aan het eind van het window zat er al weer een depressie aan te komen met 35 knopen wind. We stonden voor de moeilijke beslissing om vanaf Puerto Deseado direct naar Staten Eiland te koersen of de (aanbevolen) route langs de kust nemen. De kustroute is bijna honderd mijl langer maar zou meer beschutting van de hoge wal van Patagonië en Vuurland geven. Het risico bestond dat we op de directe route het laatste stuk de harde zuid-zuidwester en de bijbehorende hoge zeeën tegen zouden krijgen terwijl we langs de kust dan voldoende hoogte zouden hebben om hem half- of ruimwinds te nemen.

We pakten dus de kustroute en ook nu hadden we de eerst dagen weer blauwe luchten en lekker zon. 's Nachts was het inmiddels wel tegen het vriespunt zodat we, op wacht onder het dekhuis, een slaapzak omsloegen. Maar dan was het goed uit te houden.
Het is wisselend varen met af en toe W-7 en af en toe de motor aan maar globaal genomen loopt het goed. We merken dat de zuidgaande stroom hier langs de kust erg tegenvalt omdat die gedeeltelijk te niet wordt gedaan door de Falkland Current. Over de grond lopen we met tij mee vaak 9 à 10 knopen maar zodra het tij keert zakt de SOG soms terug tot vier knopen of minder.
De laatste dag krijgen we inderdaad de verwachte windkracht 8 maar uit het WZW. Het schip loopt goed en we hebben er zelfs een tijdje een derde rif in om het de stuurautomaat wat gemakkelijker te maken. Dan lopen we nog steeds 7- 8 knopen. De laatste middag en nacht wordt het weer onaangenaam kil en bewolkt maar het kruisen van Straat Le Maire valt erg mee. We hadden een ruwe verwarde zee verwacht omdat de westzuidwestenwind door dat, 16 mijl brede, gat stond maar de rollers werden ronder en regelmatiger. Terwijl we op een mijl of tien langs de kust van Vuurland de laatste dag juist een ongemakkelijk, verwarde zee hadden.

Na 750 mijl was de binnenkomst in Puerto Hoppner weer midden in de nacht. Daar hebben we blijkbaar patent op. Met de Raymarine C-120 met "radar-overlay" vonden we een ankerplekje in de diepe buitenbaai. Die "radar-overlay" moet je wel gebruiken om je elektronische kaarten te controleren omdat je niet weet hoe nauwkeurig die hier zijn. Ze klopten trouwens tot nu toe erg goed. Pas in het westelijk deel van het Beagle Kanaal kwam er een fout van een mijl in. Maar dat schijnt plaatselijk te zijn.
Je kunt hier ook niet blindelings met papieren kaart en GPS varen omdat de GPS wel een goede positie geeft maar het niet gezegd is dat je kaart klopt. Je kunt hier dus alleen veilig werken met peilingen ten opzichte van bekende objecten als eilandjes en kapen en 's nachts vuurtorens en andere lichten. Of je gebruikt de radar wat uiteindelijk ook een "bearing and distance" apparaat is. De dieptemeter is van weinig nut omdat het vaak te diep is.

Het was altijd een droom van mij (Peter) om ooit op Staten Eiland te zijn. Het is een van die bijzondere plekken op de wereld waar zelfs Boudewijn Buch waarschijnlijk niet geweest is. Er is alleen een kleine Kustwacht post in de volgende fjord. Verder is het onbewoond en in het binnenland zijn bijna helemaal nooit mensen geweest. Het is door de begroeiing erg ontoegankelijk. Mijn droom werd hiermee waar. De volgende dag voeren we door een slechts 10 meter brede doorgang de, zeer beschutte, binnenbaai in naar een overweldigende ankerplek onder een steile rotswand.
We lagen hier een dag of acht en maakten enige lastige wandelingen/beklimmingen op dit eigenlijk verboden eiland. Het is een beschermd natuurgebied en je moet eigenlijk van te voren toestemming vragen. Die je dan vervolgens natuurlijk niet krijgt. Maar er wordt blijkbaar niet zo streng de hand aan gehouden, want de Prefectura in de volgende baai moet ons wel gehoord hebben op kanaal 16. Je kunt altijd zeggen dat je moet schuilen voor slecht weer. Inmiddels was het wel echt herfst en we hadden het dieselkacheltje nu constant bij.

Ushuaia

Na en dag of acht wilden we weer op weg. Onze verse voorraden waren op en hoewel we nog meer dan genoeg ingemaakt en ingeblikt (slager Marlet in Driebergen) eten hadden en meer dan voldoende broodmeel wilden we verder naar het Beagle Kanaal.
Deze tocht op 5 en 6 april is een verhaal apart. Hoewel we echt al wat ruig weer en zeegang gehad hebben was dit een spannende tocht die te vergelijken is met het passeren van de "Race of Alderney" tijdens te onstuimig weer. Omdat Straat Le Maire vanaf onze ankerplek tot aan Cabo Buen Suceso meer dan 35 mijl lang is heb je altijd een stuk de stroom tegen. Maar in ons geval wacht je natuurlijk op een dag met noordelijke wind. Dus dat botst een beetje. Het komt er op neer dat we, voor ons gevoel, urenlang in een heel grote wasmachine hebben doorgebracht en we hebben op het punt gestaan om terug te gaan. We hadden de eerste uren steeds drie a vier knopen stroom tegen. Je moet hier, ook volgens de British Admiralty Pilot, beslist door het midden van de Straat gaan want aan beide rotskusten heb je ongelooflijke "overfalls". We hebben het hele stuk met de hand gestuurd omdat de golven van alle kanten kwamen. We moesten echt aan het stuurwiel gaan hangen af en toe. We hebben de stuurautomaat niet eens geprobeerd.
Hier speelt waarschijnlijk hetzelfde als langs de Patagonische kust. De sterke oostgaande stroom om Kaap Hoorn passeert zuid van Staten Eiland en splitst zich gedeeltelijk af door Straat Le Maire. Je ziet de eb en vloed pijltjes op de kaart beiden naar het oosten wijzen. Je zult dus, zoals wij het inschatten, altijd een versterkte noordoostgaande stroom hebben en (bijna) geen zuidwestgaande. Vakkundig commentaar is welkom.
Maar als je dan, bij Cabo Buen Suceso, onder de Vuurlandse kust in de luwte komt, is alle "leed" weer geleden. Rond de volgende middag ankerden we bij Estancia Haberton en een week later, op 15 april, meerden we af in Ushuaia waar we Paula's verjaardag konden vieren met de bemanningen van Nije Faam en Giebateau.
Na een paar weken in dit leuke plaatsje, met allemaal lekkere dingen, zijn we een maand naar het gletsjer gebied, de "Cordillera Darwin", in Chili geweest. Daar lag al heel wat ijs en we konden niet overal meer ankeren. De komende wintermaanden of in het voorjaar gaan we eens zien of we Kaap Hoorn kunnen bekijken en we bezoeken al die mooie baaien waar je hier veilig kunt liggen een prachtig kunt wandelen. Met het kacheltje aan en een berg mooie boeken mee komen we onze tijd wel door.
We gaan een glühwein inschenken.

Groeten van Peter en Paula Visser
www.pacific-blue.nl (E-mail link op de website)