Van Baia de Ilha Grande naar Uruguay


Rond half juni zijn we op weg gegaan voor het laatste stuk naar Uruguay. Uiteraard was het nu bijna winter en doordat we steeds zuidelijker kwamen werd het weer minder mooi. In feite heeft het gebied tussen Rio en Santos nog een vrij mild klimaat met tamelijk weinig wind en niet al te lage temperaturen. Maar na Santos komen de koufronten vaker over met stevige Z-ZW wind.
Ons vertrekpunt was Parati-Mirim in de ZW hoek van de baai van Ilha Grande. Dit is een heel mooi gebied met veel beschutte ankerplaatsen. De volgende stop was Ilha Anchieta. Enseada de Palmas is een behoorlijk beschutte baai en je kunt wandelingen maken op het eiland en snorkelen als het niet te koud is. Als de wind hard uit het NO gaat waaien kan je verkassen naar Ens. do Flamengo er tegenover.

Vervolgens is Ilha Bela een goed stop. Je kunt bij de jachtclub aan een gratis mooring liggen en ze komen je met de "launch" halen en brengen. Ook hier was de boel uitgestorven toen wij er waren. Er schijnen wel af en toe wedstrijd-weekeinden te zijn. Ilha Bela is een groot eiland waar je mooie wandelingen kan maken. Er zijn veel watervallen en je kunt overal met de bus komen.
We zijn er echter niet zo lang gebleven omdat ik steeds minder rust had. Ik wilde verder, om op tijd in Piriapolis te zijn, om aan de boot te werken en terug te vliegen naar huis. Achteraf bleek dit een goede tactiek want het weer werd er in de loop van Juli en Augustus niet beter op. Het weer was aanvankelijk trouwens nog wel redelijk tussen de frontjes door.
Onze volgende bestemming was Santos. We hebben zelfs nog enige tijd de Spi bij gehad maar al gauw was het weer over en moest de motor weer aan. Volgens de Pilots lig je in Santos nogal afgelegen buiten de stad. Gelukkig hadden we dan ook uitgeklaard van Angra dos Reis naar Paranagua.

Tactiek met de autoriteiten.

Het is een goede tactiek om niet teveel tussenliggende havens op te geven aan de autoriteiten. Dan moet je er ook naar toe. Of anders moet je bij de volgende haven weer gaan uitleggen waarom je een plaats hebt overgeslagen. Dat vertrouwen ze niet. We namen dus ook steeds verder uit elkaar gelegen havens als officiële stopplaats. Mocht je in zo'n geval toch ergens binnenlopen en je zou controle krijgen, dan kan je altijd zeggen dat er teveel of te weinig wind was of dat je diesel op was. Maar normaal hebben ze geen idee dat je er bent en je ziet dus ook niemand. In Laguna werden we gesnapt door de Capitania. Je valt er ook wel op als het enige jacht tussen de vissersboten. Ze stonden ineens op de viskotter naast ons. Maar we verklaarden dat we een "refugio" nodig hadden vanwege de harde wind. Ze waren uiterst vriendelijk en wilden alleen een paar kopieën van een paar scheepspapieren en de paspoorten.

Verder naar het zuiden

Omdat het rustig weer was besloten we om Santos voorbij te varen en direct naar Paranagua te gaan, Dit is een beschut lagune gebied met veel goed ankerplaatsen waar je slecht weer kan afwachten. We hebben de niet-betonde noordoostelijke ingang genomen omdat het erg rustig weer was. Maar toch hadden we op een gegeven moment nog maar 1,5 meter onder de kiel en de swell begon hier behoorlijk op te lopen. Ik heb op het punt gestaan om om te keren. Want als je met die hoge swell plotseling op de grond wordt gezet heb je waarschijnlijk flinke schade.
De plaats Paranagua zelf is niet veel bijzonders. Uiteraard moet je hierbij steeds weer bedenken dat het winter was. In de zomer is er waarschijnlijk meer te beleven. We deden wat inkopen en tankten diesel, net voorbij de jachthaven aan stuurboord, bij zeer vriendelijke en behulpzame mensen. De jachthaven zelf is niet geschikt voor grote schepen als het onze. Maar we mochten er na het tanken toch even afmeren om boodschappen te doen en de officials te bezoeken. Het schip stak meer dan de helft uit langs het steigertje. Er waren behulpzame handen om ons aan te pakken. Ze waren echter zeer onder de indruk toen ze zagen hoe we het schip op deze moeilijk plek vastlegden. Dat zouden ze zelf niet zo voor elkaar gekregen hebben want het stroomde ook nog behoorlijk.

We klaarden hier gelijk uit naar onze laatste haven in Brazilië, Rio Grande. De volgende dag vertrokken we tegen de avond. Het had weer aardig gewaaid en toen we de lange vaargeul naar buiten invoeren zagen we de brekers al weer, links en rechts, op de banken. Ook in de geul stond een hoge zee maar er was weinig wind dus de motor moest flink helpen om de golven de baas te blijven. Deze geul is zo'n vijf mijl lang en omdat het begon te schemeren besloten we terug te gaan. We wisten niet hoe het bij de uitgang van de geul zou zijn dus we we zochten een lekker ankerplekje bij Puntal do Poco.
De volgende dag liepen er nog steeds hoge golven en brekers op de banken maar bij daglicht was het allemaal wat beter te overzien. Het was weer een koude, sombere dag. "s Nachts veel vissersboten om ons heen. We lopen om 03.00 de baai van Porto Belo binnen waar we lekker beschut voor anker gaan.

Na de passage van weer een front gaan we weer op weg richting Laguna. De Webasto is er mee op gehouden en het is koud. Omdat het nog rustig weer is besluiten we Laguna voorbij te varen. Er wordt weer een depressie verwacht maar er lijkt niet te veel wind in te zitten.
Als de wind echter gedurende de dag toeneemt en pal tegen wordt, wordt het al gauw moeizaam zeilen. We moeten steeds meer afvallen en door de stroom tegen wordt de koers bijna haaks op de kust of bijna richting Afrika. Onze VMG is uiteindelijk nog maar 3 knopen en met twee dagen ZW, en nog 230 mijl, in het verschiet besluiten we om 14.00 terug te gaan naar Laguna. Het zeilen wordt gelijk weer aangenaam met de fok op de boom en midden in de nacht lopen we deze onbekende haven binnen. Met deze windrichting stonden er geen brekers in de ingang. Anders waren we door gegaan naar Imbituba. Je kunt er vrij dicht langs varen om de kat uit de boom te kijken. We hadden ook mazzel dat het volle maan was trouwens. We ankerden vrij dicht binnen de havenmond waar het kanaal wat breder was. Er is weinig plaats buiten de geul want het is vrij ondiep. Maar we sliepen er niet minder om.

De volgende ochtend raken we de grond en verkassen verder naar binnen. De enige geschikte plek die we kunnen vinden is tegenover de visserijkade. Daar lig je goed. Op maandag meren we af aan een viskotter en worden hartelijk ontvangen. We kunnen tanken op de rekening van een van de reders en met hem afrekenen. Ook boodschappen worden op dezelfde manier geregeld. Laguna is een goede tussenstop waar je veilig slecht weer kan afwachten. Maar tien dagen later verongelukt er een Argentijns motorjacht bij het binnenlopen bij harde wind. Twee man komen om. We hoorden dit verhaal later van onze Argentijnse vrienden. Het waren vrienden of kennissen van hen.
Bij het binnenlopen moet je goed vrij blijven van de zuidpier. Want daar liggen rotsen. Er ligt een groene lichtboei bij (groen aan bakboord hier), die niet op onze kaart stond, dus als je goed oplet kan er weinig fout gaan. Toen we een paar dagen later echter bij lichte oostenwind naar buiten voeren stonden er zulke hoge brekers dat het voordek er drie keer onderdoor ging. De lagune stroomt hard leeg naar buiten. Meer dan drie knopen. Bij harde ZW en W-lijke winden is het, denk ik, wel goed aan te lopen. Onze aanloop was in ieder geval niet moeilijk. De opening ligt op het NO.

Het volgende stuk is in de winter een moeilijk te bedwingen eind van 300 mijl. Er zijn geen uitwijkplaatsen of baaien. Het is een kale ondiepe duinenkust. We hebben dit maal een goed voorspelling voor vier dagen, die bevestigd wordt door de verwachting op het visserijkantoor. Met afwisselend prachtig zeilen en af en toe motorren bereiken we in de vroege ochtend van 5 juli de pieren van Rio Grande. Het valt niet mee om tegen al die kust- en havenlichten de ingang te vinden. We volgen een viskotter en bemerken dat hier onze electronische kaart ongeveer 80 meter afwijkt. Samen met de radar lukt het echter om een mijl naar binnen bij wat viskotters te ankeren.

We slapen heerlijk na een warme douche. Het is koud en de Webasto doet het niet. De volgende dag varen we tien mijl naar binnen waar we bij het Oceanografisch Museum afmeren. De jachthaven, 50 meter verder, is te ondiep. We zijn echter hartelijk welkom bij directeur Lauro Barcello en mogen blijven zo lang als we willen. Er is elektra en water en Lauro is behulpzaam met van alles.

De volgende dagen is het vreselijk weer met veel wind, regen en onweer. Het dieselkacheltje brandt heerlijk de hele dag. We klaren uit en moeten op het laatste moment nog onze gezondheidsverklaring vernieuwen. Anders worden we niet uitgeklaard. We hadden hem ook na drie maanden moeten verlengen. Maar wat het nu nog voor nut heeft, vragen we ons af. Een fiets is hier wel handig want de kantoren liggen nogal verspreid. Via Lauro is mijn achterwiel vakkundig gespaakt en gericht. Op deze slechte straten waren er zeven spaken gebroken.

Op de ochtend dat we vertrekken naar Uruguay, voor de laatste 250 mijl, ligt er rijp op het dek. Het is dus spekglad en het is koud. We zullen het echter onderweg zonder verwarming moeten doen want de Webasto is nog steeds stuk. Zodra je de grens met Uruguay passeert is er een echte Kustwacht waar je je kan melden. Net zoals de grote schepen. Nadat we het laatste halfjaar overal moederziel alleen op zee hebben gezeten geeft dit een vertrouwd gevoel. Als er problemen zijn kun je ze oproepen en ze schijnen een soort reddingsdienst te hebben. Ze spreken niet zo best Engels maar het is handig om je gegevens vast door te geven, zodat ze op de hoogte zijn als je de haven binnenloopt. Ze houden je ook in de gaten en vragen je bepaalde kapen te melden.

Omdat er al snel weer ZW wind aan komt besluiten we, na 200 mijl, in La Paloma binnen te lopen. We kunnen niet aan de wal omdat de grote steiger vernieuwd wordt. De Zodiac moet weer opgepompt worden. We passen net aan een mooring qua lengte. 's Avonds hebben we al weer 35 knopen wind maar we liggen goed. Ook hier is alles stil en verlaten maar zomers zal het wel gezellig zijn. Het lijkt een beetje op Terschelling. We maken van de gelegenheid gebruik om in te klaren in Uruguay. Aardige en efficiente mensen. Eenvoudige procedure. Zeeleeuwen in de haven en een pinguin op het strand.

Drie dagen later nog een kippeneindje naar Piriapolis. Voor de immigratie moeten we nog per bus naar het vliegveld van Punta del Este. Piriapolis is een mooie en nieuwe haven met goede voorzieningen en een hoge golfbreker. Vijf dagen later doorstaan we hier een ZW storm van meer dan 50 knopen. Zelfs in de haven stonden behoorlijk steile windgolven. We liggen aan twee zware boeien achter met gelukkig onze nieuwe dikke meerlijnen met plastic slang in de paalsteken op de boei. Je moet behoorlijk van de kant gaan liggen omdat de boeien tijdens zo'n storm helemaal onder water worden getrokken. Je waait met een zwaar schip zeker een meter vooruit. Wij hadden de achterlijnen op de grote lieren gezet zodat we ons naar achteren konden lieren. En we hadden nog een stuk of vijf extra lijnen op de zijbolders gezet om de krachten te verdelen. Zes dagen later stonden we al op de kant op het enige plekje dat beschikbaar kwam. Ze hebben hier een vijftig tons lift en alles gaat heel professioneel. Alleen bokken hebben ze hier niet. Je koopt voor 50 dollar houten palen en planken en daarmee wordt het schip met keggen stevig opgestopt. We hebben er kruislings, en onder het schip door, planken op laten slaan zodat de dikke palen op hun plaats blijven. Iedereen staat hier zo en het staat echt stevig. Zelfs tijdens de zware storm van vorige week waren er geen problemen. De kosten voor drie maanden lig- en sta-geld plus hellingen en stutten bedragen ongeveer 400 euro.
Hoe waren de laatste 1000 mijl?


Al met al is de tocht zuidwaarts in de winter geen gemakkelijk tocht gebleken. Hetzij door de soms harde tegenwind, hetzij door de vaak zwakke winden uit noordelijke richtingen. We hadden ons er op verkeken dat het op 35 graden zuid al zulk slecht weer zou worden. Het is weliswaar niet zo koud als soms in Nederland maar het is toch regelmatig beneden de vijf graden en het waait ook regelmatig flink. Het probleem is dat tussen de fronten door de wind wel uit noordelijke richtingen waait maar vaak is hij dan erg zwak. Dan moet je geduld oefenen maar je hebt ook weer niet teveel tijd omdat het volgende front er al weer aan komt.

Met name de laatste stukken van 300 en 250 mijl zijn lastig. Je kunt het vergelijken met de Noordzee in November. Een goede motor en voldoende diesel is dus wel een luxe die het mogelijk maakt om de slechtste weersituaties te ontlopen. Maar ook de kou en de 13 uur lange nachten maken ons afgesloten dekhuis toch wel een heerlijk plekje op zee.

Peter en Paula
a/b Pacific Blue
Piriapolis 13 Augustus 2007