Van Salvador naar Baia de Ilha Grande


5 April
We hebben Salvador verlaten op weg naar het zuiden. Omdat Morro de Sao Paulo nogal ondiep is zijn we in een keer doorgegaan naar de baai van Camamu. Dit is een groot gebied met grotendeels ondiep getijdewater. Het is nauwelijks bevolkt en het is omgeven door mangrovebos. Het is er erg mooi en het gebied heeft heel veel beschutte ankerplaatsen. Helaas zijn er van de vaarwegen verder het land in geen navigatiekaarten. Omdat we toch een eind naar binnen wilden om o.a. twee watervallen te bekijken hebben we een toeristisch boekje gebruikt waar ook wat navigatieaanwijzingen in stonden. Gelukkig is het een gebied met grotendeels modder en zand en weinig rotsen. Toch was het erg spannend om er zonder kaart in te gaan. Te meer omdat er geen hulp- of sleepdiensten zijn. Op het slechtste stuk hadden we dan ook maar zo'n twintig centimeter water onder de kiel en we liepen ook twee keer vast op een zandrichel. Toch was het zeer de moeite waard. We zijn ook nog met de Zodiac een modderriviertje in geweest tot we door de takken en struiken niet verder konden. Er was een pad naar het oceaanstrand maar het eerste stuk was wel erg modderig.

11 April
Na een week besloten we verder te gaan naar Ilheus. We hoopten daar bij de jachtclub te kunnen liggen en wat contacten te leggen. Helaas liep er een flinke swell uit het NO en dan is de haven van Ilheus lagerwal. Omdat het er bij het strand erg ondiep wordt loopt de deining nogal op. Maar omdat we dan toch 30 meter ketting steken in vier meter diep water lig je nog redelijk veilig maar je bent er nooit gerust op natuurlijk. Helaas bleek ook hier de jachtclub helemaal verlaten en we werden aangestaard door een paar werkeloze restaurantbedienden. We konden wel via deze jachtclub de stad in. Ergens anders is dat in Ilheus eigenlijk niet mogelijk.

Of je moet je in de commerciële haven aanmelden, maar dat is nogal omslachtig. Omdat het nogal te keer ging zijn we 's avond achter in de commerciele haven gaan ankeren. In een oude pilot stond dat je daar bij de sleepboten wel getolereerd wordt. We lagen daar twee nachten redelijk uit de deining en hebben geen klachten gekregen van de havenautoriteiten. De tweede dag hebben we de stad bekeken en zijn we naar de rivier aan de ander kant van Ilheus gelopen om te kijken of we daar veilig naar binnen konden. Er was echter brekend water in de monding dus dat bleek geen goed idee met een kieljacht.


13 April
De volgende etappe was een stuk van 220 mijl naar de Abrolhos archipel. Er zijn verder weinig of geen vluchthavens langs deze kust. Omdat het al wat later in het seizoen is wordt het weer wat onbestendiger dus het was afwachten of we wel veilig konden liggen bij deze eilandjes, midden in de oceaan, met bijna geen beschutting. In eerste instantie wilden we gaan ankeren aan de westkant van twee kleine eilandjes, met een rif er tussen dat de deining redelijk brak. Er lagen ook boeitjes maar die leken wel erg dicht bij het koraal te liggen en bovendien weet je nooit hoe sterk zo'n mooring is. Later, toen we met de dinghy gingen snorkelen, bleek dat het er diep zat was. Maar je ziet de bodem en dat ziet er vaak gevaarlijker uit dan het is.

Aan de ZZW kant van St Barbara liggen ook moorings en het leek net enige beschutting te hebben tegen de oceaandeining. We riepen de vuurtoren op om navraag te doen. We mochten er liggen en er lagen ook twee grote motorjachten, met duikliefhebbers, aan deze boeien. Dus dan zouden ze voor ons ook sterk genoeg moeten zijn. We belegden er wel een paar extra sterke trossen op om rustig te kunnen slapen. Afgezien van het schommelen dan. Op de Abrolhos mag je niet aan wal op de eilanden omdat het militair- en natuurgebied is. Er zit ook een vertegenwoordiging van de natuurbeschermingsorganisatie IBAMA; net zoals op Fernando de Noronha. Twee jongelui kwamen ons wat foldertjes en leefregels brengen over en voor het gebied. We konden de volgende dag met hen mee naar een vogeleiland waar veel Jan van Genten broeden. Ook het snorkelen is er geweldig. Het water is helder maar het begon ook al aardig koud te worden.

16 April
Het volgende stuk was 176 mijl naar Vitoria. Volgens de pilots is daar een gastvrije jachtclub waar we de boot een tijdje achter konden laten om het binnenland in te gaan. Helaas was ook hier niets minder waar. We waren niet eens welkom en werden weggestuurd, door een soort bewaker, naar een mooring, buiten de haven, langs het openbare strand. Daar hadden we, in verband met de veiligheid, niet veel zin in en we drongen dus nogal aan. Uiteindelijk liet de bewaker ons op het eerste plekje in de haven aanleggen maar de mooring lag zo kort dat we daar het schip niet vrij van de steiger konden houden. We werden doorgestuurd naar de administratie maar ook hier deden ze weer erg moeilijk. We werden meegenomen naar weer een ander man en na heel lang aandringen kregen we toestemming om twee dagen te blijven liggen en ook nog, na weer aandringen, aan een beter mooring. Balen hoor! De tweede avond kwam er een aardige knul naar ons toe om zijn excuses te maken. Sinds zijn vader geen commodore meer was (overleden) was de internationale belangstelling nogal teruggelopen. Zelfs een buitenlands jacht met schade mocht niet naar binnen voor reparatie. We konden dus niet het binnenland in maar besloten van de nood een deugd te maken en onze visa en bootpapieren te gaan verlengen. De volgende morgen gingen we op weg naar het vliegveld om de visa te verlengen maar men was in staking dus ook dat ging niet lukken. Dan maar naar de Havenmeester. Maar daar mocht Peter niet naar binnen omdat hij een driekwart broek aan had. Uiteindelijk kon Paula de honneurs waarnemen. Volgende keer laat ik mijn kruis zakken tot mijn enkels bedekt zijn. Eens kijken wat ze dan zeggen.

20 April
Na twee dagen moesten we dus weer op weg. Er bleek echter een zuidenwind te staan die allengs sterker werd, zodat we besloten een van de weinige, redelijke ankerplaatsen langs deze kust aan te lopen. Er stond in de Pilot dat het baaitje "Tres Praias" heel veilig en beschut was. Het bleek echter zo klein en ondiep dat er nauwelijks ruimte was voor ons. We ankerden in het midden in ongeveer drie meter water en gingen toen loden met de dinghy om te kijken of we er wel konden "zwaaien" achter het anker. Dat hield niet over zodat we uiteindelijk een lange lijn uitbrachten op een rots waardoor we redelijk op z'n plek bleven. Zo zal het in Patagonië ook moeten waarschijnlijk.

21 April

De volgende dag ging het 180 mijl verder naar Araial da Cabo bij Cabo Frio. Ook dit keer weer veel motoren. De volgende dag lopen we Araial aan en ankeren zoveel mogelijk achter de pier om uit de swell te liggen. Maar er liggen heel veel toeristen schoeners en vissersboten aan moorings. Toch liggen we niet onredelijk. Na een paar dagen moesten we verder naar buiten omdat er een groot schip moest aanmeren. Omdat we inmiddels aan een duikcursus waren begonnen hebben we het daar uitgezongen hoewel het af en toe aardig tekeer ging met harde wind en hoge deining. Toch wel een goed anker, gelukkig.


1 Mei
De tijd begon te dringen om onze papieren te verlengen. Dat was in Vitoria niet gelukt vanwege de staking. Met een Padi duikdiploma op zak vertrokken we 1 mei naar Rio de Janeiro of liever naar Niteroi ertegenover. We ankerden buiten de haven van de jachtclub om ons de volgende morgen in te schrijven. Om een lang verhaal kort te maken. Je ligt erg slecht in de baai van Niteroi vanwege de nieuwe snelvarende veerboten en als het erop aan komt ben je in vrijwel geen enkele jachtclub echt welkom. Je moet echt aandringen en ook hier begonnen na een paar dagen de smoezen om ons weg te krijgen.

Omdat we vanwege de hoge golven niet aan de steiger wilden (we hadden al schade opgelopen daar) mochten we niet meer van de clubfaciliteiten gebruik maken. Gelukkig had dat tot gevolg dat we een leuk stel brazilianen leerden kennen zodat we onze dinghy bij hun tuin konden afmeren en toch nog wat leuke dagen hadden in Rio. En we zagen kans om alle papieren op orde te krijgen voor de komende drie maanden.

15 Mei
De volgende stop moest Baia de Ilha Grande worden. Dit is, volgens de pilots, een van de mooiste zeilgebieden van Brazilië. Dat klopt ook. Er zijn heel veel baaien en stranden. Je moet alleen het weer een beetje in de gaten houden want de meeste baaien zijn in ieder geval aan een kant nogal open (anders was het ook geen baai, maar een meer). Toch lig je uit de oceaandeining en meestal heeft de wind geen lang strijkvlak zo'n baai in. We hebben een paar keer met windje vier à vijf "aan lager wal" gelegen. Met het ankeralarm aan, voor de zekerheid, ging dat nog net. Je trekt in zo'n geval tenslotte je anker tegen een zandhelling (het strand onder water) op. Dat houdt erg goed. Na een paar dagen luieren, lezen, zwemmen en bergwandelen wilden we in Angra dos Reis gaan kijken om daar de boot weer langer achter te kunnen laten. We geven het niet op. Maar .....! Ook hier weer een tegenvaller. Bij de jachtclub durfden we het niet eens meer te proberen. Je voelt je er net een schooier. We gingen dus naar de nieuwe jachthaven met winkelcentrum, Piratas Mall. Het weer was wat druilerig maar de ontvangst was redelijk. We kregen zelfs een plek aan een drijvende steiger met walstroom. Lastig was dat ze hier alweer een ander soort stekker hadden. We hebben inmiddels vijf verschillende verloopstekkers. De verrassing kwam toen ik ging inschrijven in het havenkantoor. De dames van de receptie waren allervriendelijkst en toonden me het bedrag dat we per dag moesten betalen. 220 REIAS!!!!!!!! TACHTIG EURO!!! Ik zei: "Bedankt. Geef me de papieren maar weer terug. Dan gaan we weer." Dan staan ze schaapachtig te kijken en één liep er naar de chefje/boefje. Deze verlaagde na wat smoezen in één keer naar 48 euro. Nog waanzinnig veel geld. Zeker voor Brazilië. Ze proberen maar wat, lijkt ons.

Al met al zijn dit toch de frustrerende en teleurstellende kanten van dit land. Aan de ene kant veel aardige mensen en soms zelfs heel aardige. We hebben toch ook enige fijne, zij het korte, vriendschappen opgedaan. Aan de ander kant de vreselijke bureaucratie. Maar daar houd je rekening mee. En hoewel het af en toe best irritant is leer je daar mee leven. Het hoort er gewoon bij. Maar de jachtclubs en sommige commerciële havens zijn ons erg tegengevallen. Je wordt gewoon belazerd of weggekeken. Hier zijn de uitbuiters van dit land de baas. Dezelfde kleine bovenlaag die toch al alle touwtjes in handen heeft. Je moet er heel goed rekening mee houden dat het in Brazilië erg moeilijk is om je schip veilig en betaalbaar achter te laten. Het kan zijn dat het er mee te maken heeft dat we erg laat in het seizoen zijn. Maar wij hebben ons in het algemeen niet erg welkom gevoeld bij de jachtclubs. Alleen in Aratu bij Salvador werden we zonder gezeur, en moeilijk, doen toegelaten en nog een aantal dagen gratis ook. De stadshaven van Salvador is een commerciële haven waar je gewoon betaald voor je plek zoals overal op de wereld. Ook geen probleem.

Bracuhy 27 Mei 2007