De baai van Salvador


We zijn na ruim een week bij het jachtwerfje in de wijk Ribeira vertrokken. We hadden er, na allerlei knutselwerkzaamheden, langzamerhand genoeg van om in die troosteloze en vieze omgeving te liggen. Na het havengeld te hebben betaald nog even langs bij Nunu die ik per abuis in de vorige mail Lulu genoemd heb. Het is de kantinebaas en na een week, met elke dag een warme lunch/maaltijd plus bier of cola voor twee personen, moest ik het kapitale bedrag van 91 reias afrekenen. Dat is wel even 36 euro! Oftewel 2,50 per persoon per lunch met drank. Ongelooflijk, he!


We hadden nog niets gehoord van de laptop maar de Netjer bleef nog liggen want er moest nog veel aan hun schip gedaan worden. Sylvia zou sms-en als er nieuws was en hem laten maken als het minder dan 300 reias (120 euro) was. Dat is hier al een kapitaal, hoor. Het sms-je kwam nooit aan maar Sylvia's mailtje liet weten, dat ook hier de conclusie was, dat het moederbord stuk is. Hij is dus echt overleden. We zullen in augustus eens kijken of de onvolprezen servicedienst van de Lidl, Targa genaamd, er nog heil in ziet voor een redelijk bedrag. Anders moeten er nieuwe laptops gekocht worden. Want Paula wil er zelf ook één. Zo zie je maar weer hoe een digibeet ook verslingerd kan raken aan de computer.
Het is ook niet zo'n slecht idee met de huidige gang van zaken in gedachten. Hoewel we voor Paula geen topmachine nodig hebben kunnen we toch op beide machines onze besturingssoftware voor Sailmail e.d. zetten. Ik moet zelf weer een machine die foto's en video kan editten. We zullen ze in de toekomst maar steeds inpakken in vacuum met silicagelkorrels om de boel vocht- en zoutvrij te houden.
Het is in deze landen echt heel moeilijk om spullen en materialen te vinden. De laptops zijn hier twee keer zo duur als in Holland met de helft van de capaciteit. Kijk maar eens op Dell NL en Dell Brazilië.

Overigens ben ik er wel in geslaagd om een freeware programma te downloaden in een internetcafe, om Cd's en DVD's te branden. Het heet "Deepburner portable". Het werd geadviseerd door Jugo Baya van Shiptron. Het werkt nu zonder dat de boeven van Microsoft de boel in het honderd laten lopen.
Er gaan dus één dezer dagen weer foto-CD's naar Arie voor de website. We missen nu alleen de unieke foto's van de ontvangst van Neptinus en Neptina bij de evenaar, maar die kunnen we in Nederland nog wel van de harde schijf krijgen, denk ik.


Na ons vertrek zijn we noordwaarts gevaren naar een beschutte baai NW van Aratu, die overigens niet in de almanakken stond. We lagen er goed maar er is niets te beleven in de omgeving. Je kunt maar niet zomaar de wal op gaan want de begroeiing is ondoordringbaar. En de kleine dorpjes zijn armoedig en je wordt er natuurlijk met open mond aangestaard. We dronken een pilsje en werden steeds lastig gevallen door een stel seniele, oude mannetjes die maar niet snapten dat wij geen portugees kunnen verstaan.
En zeker niet het portugees dat zij spraken.

Overigens verzekeren onze nieuwe braziliaanse vrienden ons dat we helemaal niet zo die buurten moeten in gaan.
Tot dat moment hebben we na Jacaré eigenlijk alleen maar vervallen en troosteloze steden en wijken gezien. Wat een armoe! Het is verbazingwekkend dat de mensen nog zo vrolijk en vriendelijk zijn. Ze hebben wél het weer mee. In Nederland zou je zo echt creperen.


Ook buiten de zwaar beveiligde jachtclub van Aratu, waar we daarna gelegen hebben, is het armoe troef. Ook hier werd ons afgeraden het dorp in te gaan maar we zijn er toch een paar keer naar toe gelopen. Iedereen was vriendelijk, maar er hoeven maar een paar boefjes tussen te zitten met een mes of een revolver. Ik sus mezelf met de gedachte dat ze bij mijn grote verschijning nog even een tweede keer nadenken of ze het wel zullen wagen.
Ons verblijf hier, op de club, was erg aangenaam. Natuurlijk vind je hier de "rijken" van Salvador (er zitten veel medici e.d.). Overigens slaan we met onze Breehorn hier geen slecht figuur. Brazilië is niet zo'n watersportland. Veel mensen hebben speedboten of meestal kleine zeiljachten (veel catamarans) om in de buurt te varen.

Het is hier net het IJsselmeer qua beschutting en de wadden qua diepgang. En het waait eigenlijk nooit meer dan 15 knopen. We oogsten veel bewondering voor het robuuste uiterlijk van ons schip. Maar het leuke is ook, dat een aantal lui Engels spreekt zodat we weer eens wat dieper gaande conversaties hebben kunnen voeren. Het eerst werden we in het Nederlands aangesproken door ene Lex. Hij is op tweejarige leeftijd hierheen gekomen met zijn ouders en inmiddels hoogleraar diergeneeskunde. Dat is overigens geen vetpot hier. Dan kan je beter dierenarts zijn en lekker aan allerlei corrupte handeltjes meedoen. Maar daar had Lex geen zin in. Hij is zijn eigen Arpege aan het restaureren want hij heeft niet het geld om het te laten doen.


Daarna kwamen we Jayme en zijn vrouw tegen. Jayme is een internationaal georiënteerde emeritus-hoogleraar chirurgie (52) en Adriana (+/-40?) was ontwerpster van badpakken- en bikini-mode. Jayme is overal in de wereld geweest als voorzitter van de landelijke chirurgen vereniging. Dat merk je ook want hij is geweldig gemakkelijk in de omgang en spreekt vloeiend Engels. Hij was ook 10 dagen in Maastricht bij zijn vriend en collega Cornelis (van Baak of zoiets). Hij vond het een geweldige stad. Dat kennen ze hier niet; zo klein, overzichtelijk en veilig. Met Cornelis is hij af en toe flink doorgezakt tot twee uur 's nachts. "Maar de volgende morgen weer opereren": vertelde hij lachend.

Hij heeft ook veel gezeild. Onder andere van Frankrijk naar Salvador om een jacht op te halen en ook is hij in Patagonië en South Georgia geweest met een stel russen. Hij bood ons zijn zeekaarten van dat gebied aan en die gaan we vrijdag ophalen. Alleen wil hij ons onder een brug door hebben om voor zijn deur (of beter: achter zijn landhuis) te kunnen ankeren. En iedereen verzekerd ons dat die brug maar zo'n 18 meter hoog is terwijl wij bijna 20 meter zijn. Volgens Jayme kan het, want zijn mast is ook 20 meter, zegt hij. We zullen eens voorzichtig gaan kijken donderdag. Want die zeekaarten en HO249 tafels (voor sextant navigatie) willen we wel graag hebben.


Via hen kwamen we in contact met twee Duitse radiologen, Michael en Daniela, die hier met een Wharram catamaran toeren. Ze zijn er ook de oceaan mee overgekomen en toeren al een jaar langs de kust. Zo'n Wharram is toch vrij klein en primitief maar het weer is hier natuurlijk meestal goed. Het regent wel bijna elke dag een paar keer kort, maar daarna schijnt de zon weer. Ook Michael en Daniela zien we waarschijnlijk vrijdag weer. Daarna gaan we nog de rivier de Paraguacu een eind op. Bij de foto's van dit gebied zit er één waarop ik de ankerplekken heb aangegeven. Als de post er niet te lang over doet zijn de foto's er met een dag of tien, hoop ik.


Na Aratu hebben we onze kapotte laptop even opgehaald in Ribeira en zijn gelijk doorgegaan naar het stadje Itaparica op het gelijknamige eiland tegenover de stad Salvador. Dit was het eerste stadje in Brazilië dat, althans in het oude gedeelte, een prettige indruk maakte. Het leek ons ook wel de "betere"buurt. Het was redelijk schoon en ook behoorlijk onderhouden. Tot onze verbazing lagen er al twee Nederlandse catamarans bij het stadje Itaparica en na ons kwamen de Giebateau (Paul en Carolien) en nog een oude Albin Vega binnen, zodat we met vijf Nederlandse jachten waren van de totaal tien schepen die er lagen. "We two are one" is, net als wij, van de lichting 2005 maar heeft al drie keer de mast van zijn wedstrijd catamaran overboord gezeild. Het valt niet mee om dat hier gerepareerd te krijgen, dus hij ligt hier al een jaar en heeft inmiddels een Braziliaanse vriendin. Maar Carl vaart weer. Alleen wil niemand hem meer verzekeren. Binnenkort komt er een stuk in de Zeilen over zijn wederwaardigheden.

Verder was er de "Ocean Link", met Ben en Eleonore, die we al in Mohammedia, Marokko, hadden ontmoet. Daar hebben we dinsdag met zijn allen een pilsje gedronken. Carl is trouwens al twee of drie keer overvallen in Salvador en Carolien en Paul ook al een keer in Ribeira. Paul's gouden kettinkje, met zijn trouwring er aan, werd afgerukt maar ze gokten er waarschijnlijk op dat hij daar achteraan zou gaan zodat twee anderen de rugzak van Carolien konden jatten. Je moet hier echt alleen 50 reias bij je hebben en verder niets. Vrijwel iedereen die we spreken is al meerder malen overvallen. Van de "Ocean Link" werd hier op de ankerplaats 's nachts een camera gestolen door een open raampje. Waarschijnlijk is hier een zwemmende dief aan het werk. Bij hun catamaran kan je gemakkelijk via de achterstevens naar boven klimmen. Overigens werd de zwemmer vandaag, 15 maart, gepakt en herkend door Ben. De vrouw van Lex de veearts werd zelfs enige keren in haar gynaecologische kliniek bedreigd met een pistool voor drugs. Het is vreemd dat een zo vriendelijke bevolking ook dit soort dingen voortbrengt. We zullen ook maar wat voorzichtiger worden. Voor donker binnen en zo. Buiten de grote steden zal het wel een stuk beter zijn.



Op 14 en 15 maart zijn we naar een waterval(letje) gezeild in een erg mooie stille omgeving. De waterval is in dit jaargetijde niet zo groot maar je kon er toch lekker een stortbad nemen met mineraalwater dat aan de frisse kant was voor onze verwende lijven. Heerlijk fris! Dat ga je toch waarderen in deze hete omgeving. Morgen de 16de ga ik proberen Jayme te pakken te krijgen. Want nu we niet voor zijn deur gaan ankeren willen we met de mini-taxi er naar toe. Ik heb alleen zijn telefoonnummer maar de sms-jes komen blijkbaar nier door. Morgenochtend maar eens bellen voor het adres.



Daarna gaan we de Rio Paraguacu een eind op. Dat schijnt een cultuurschok te zijn. Je gaat 50 jaar terug in de tijd, schijnt het. Het meeste gaat nog per kano of paard (en wagen). Die kano's zie je hier trouwens toch veel. Het zijn lange boomstamkano's die, heel mooi, uit een stam zijn gehakt. Het is dus geen knikspant maar een mooie ronde bodem met fraaie voor en achtersteven. Die achtersteven is een soort bordesje waar ze op staan bij het bomen of zitten bij het peddelen. Er wordt nog mee gezeild en gevist. Hier zullen ze de zee niet gauw leegvissen op die manier.

Inmiddels zijn we vandaag, de 16de maart, bij Jayme en Adriani Souza geweest. Het was een lange taxirit over de volle lengte van het eiland. We hadden een aardige knul getroffen bij de Bom Preco (supermarkt) met een kleine taxi. Ik had hem gevraagd wat het zou kosten als hij ons helemaal weg bracht. Dat zou 50 reias (20 euro) kosten. Dat leek ons voor die afstand heel redelijk. Dus ik heb hem vanmorgen gebeld. Let wel: uitsluitend portugees, he! Dus ik zei: "Aqui el grande hollandes en el marina de Itaparica. Por favor a Catu a dies horos". Geen probleem; hij kwam een half uur later netjes aanzetten. Het was inderdaad een behoorlijk eind en halverwege ging de weg over in een brede zandweg met grote gaten. We begrepen dat er twee prefecturen waren op het eiland en de ene prefect scheen alles in zijn eigen zak te steken i.p.v . aan wegen en andere zaken. We gingen echt helemaal de bush-bush in en uiteindelijk kwamen we in een klein gehucht zondere straatnamen. Bij de centraal gelegen mercadinho (heel klein supermarktje) vroegen we naar Jayme en Adriani. "Dat is hier rechts en 50 meter verder aan de linkerkant"; werd er gezegd.


Nou, het was een mooie plek aan een prachtige rivier. Een groot stuk grond met een flink landhuis een nog wat andere gebouwen, waaronder een groot atelier voor Adriani. En aan de rivier een grote betonnen helling waar ze zo de catamaran op konden droog zetten. of eventueel het atelier in konden rijden. Kijk binnenkort de foto's maar eens. Niet verkeerd hoor met je bootje voor de deur. En voor de hele dag een dienstmeisje (of twee) en een tuinman, die ook als ze weg zijn (het grootste deel van het jaar zeilen ze nog) het huis en de tuin in orde houden en een oogje in het zeil houden. Dat had ik in Klimmen moeten hebben voor de tuin. Dat werd langzaam een tropisch oerwoud.


We hebben ze 's middags uitgenodigd in het enige dorpsrestaurant, waar we een werkelijk geweldige maaltijd genoten (zoals dat zo mooi heet). Je zou er niet zijn gaan zitten als je het niet wist. Geen twintig gerechten maar keuze uit vers klaar gemaakte vis of een krabschotel. We hebben beiden genomen, waar je dan met zijn vieren van eet. Het duurde wel even maar het was dan ook werkelijk vers. De krab was in een soort grote warme salade verwerkt, dus je hoefde niet te slachten. en de vis was ook heerlijk gemarineerd. Verder wat rijst erbij en maniokmeel gebakken met roomboter. Natuurlijk de bruine bonen en een erg hete saus. Die saus zag ik vorige week aan voor sladressing, want zo ziet het er uit. Maar die fout maak je maar één keer.

En de hele rekening bedroeg de kapitale som van 61 reias hetgeen nog geen 25 euro is Daar zaten dan ook vijf grote flessen bier bij. Die krijg je hier in een nauwsluitende koelfles met een aantal glazen zodat je niet steeds met een lauw glas bier voor je neus zit maar steeds fris kan inschenken. De lege flessen blijven naast het tafeltje staan zodat duidelijk is hoeveel er door gegaan is.

Voor de terugtocht probeerden we weer onze taxivriend te strikken maar die was waarschijnlijk zijn winst van 's morgens aan het verbrassen want hij nam niet op. Het bleek dat er bij de mercadinho nog wel een taxi te vinden was. Jayme onderhandelde van 50 terug naar 40 reias. Dat ging gepaard met veel kabaal maar ook veel lachen. We zagen dat er 50 werd gevraagd. Waarop Jayme vond dat dat wel erg overdreven veel was. Daarop werd weer uitgebreid betoogd hoe ver het wel niet was. Het werd dus veertig maar onderweg pikten ze ook steeds passagiers op dus hun dag was weer goed. Je merkte na de onderhandelingen trouwens geen ergernis of zo. Iedereen was happy en straalde. Daar zaten we in de VW-bus met zes dikke boeken met de "Sight Reduction Tables" voor de hele wereld; de HO249 tafels en een dik pak zeekaarten van Patagonië, die we erg goed kunnen gebruiken. Die tafels heb je nodig om astronavigatie te doen. Nu moeten we alleen nog de Nautical Almanac hebben voor 2007 en 2008 om te gaan oefenen met zonnetjes schieten met de sextant.

Over een week of twee gaan we weer eens een stukje zuidelijker. Er zijn nog zoveel mooie onbedorven gebieden langs deze kust. In mei hopen we in de buurt van Rio de Janeiro te zijn. Waarschijnlijk iets westelijker bij Ilha Grande. Dat is weer zo'n ongelooflijk groot zeilgebied waar je jaren door kan brengen. Vergeet niet dat de kust van Brazilië tweeduizend mijl lang is. Dus 3700 kilometer. En de winter komt er aan dus we moeten ook rekening houden met een enkele depressie die voor flinke ZW wind kan zorgen. We gaan het in etappes doen maar er zitten ook stukken van 120 tot 150 mijl bij. Vooral het laatste stuk naar Uruguay is zo'n 400 mijl lang en dat moeten we eind juli gaan doen, midden in de zuidelijke winter. Het zal niet zo koud zijn als op de Noordzee maar het kan af en toe wel flink waaien. We zoeken wel een rustig stukje uit tegen die tijd.

Wordt vervolgd.