Hallo allemaal,

Hier is dan weer een up-date van de situatie in Brazilië. In het vorige verhaal konden jullie lezen dat we geweldig lekker zeilend op weg waren naar Salvador. Na de eerste dag, door buien (zeer wisselvallige winden uit zeer verschillende windrichtingen) en daarna door zeer lichte (tegen)wind, veel gemotord te hebben pikten we de tweede dag de Zuid-0ost passaat op. twee volle dagen zonder aan de zeilen te komen met een windje van zo'n 14 knopen. Dat is pas mooi zeilen. Ware het niet dat het 's nachts vergeven is van de kleine vissersbootjes die allemaal ongeveer op de dertig meter dieptelijn liggen. Ze hebben drijfnetten uitstaan en ze hangen daar dan benedenwinds aan terwijl ze de netten inhalen. Je ziet hun werklamp alleen als ze boven op een golf zitten. Slechts een enkeling heeft bovenwinds een vlotje met een knipperlicht zodat je kan zien waar het net ophoudt. De meesten hebben dat dus niet. Daarom maakten we grote zigzaggen om de bootjes heen maar de meesten lagen zeewaarts van ons en waren dus geen probleem.
>
Slapen blijft wel een probleem 's nachts, omdat het zo bloedheet is en we ondanks het rustige weer geen luiken durven open te zetten. Je leest altijd weer bij anderen dat er toch onverwacht een flinke plens zout water binnen komt en over de elektrische apparatuur of een matras heen gaat. Alleen het luik boven het kombuis zetten we toch maar open omdat een golfje zout water daar niet veel schade kan aanrichten. De uitkijk is in het voordeel want die kan lekker onder het dekhuis in de frisse lucht een tukje doen als er niet teveel vissers in de buurt zijn.

In de vroege ochtend van 26 februari liepen we Salvador aan. Vanuit zee is het een prachtige stad; veel mooier dan Recife bijvoorbeeld. We kregen toch nog even een flinke bui en terwijl we aan het rommelen waren met zeilen en koersen ontdekte ik toevallig een flink stuk visnet en touw en wat drijvers in ons kielzog. "Vandaar dat vannacht dat vissersbootje zo snel naar ons toe en achter ons aan kwam, dachten we. We sleepten hem met net en al mee!" ........grapje.
Gelukkig zagen we kans om het net voorwaarts te trekken en daardoor kwam het los van het roer. Anders hadden we de motor niet kunnen starten.

We zeilden de ruime baai van Salvador in. Ze noemen de stad ook "Bahia" naar de provincie en de baai. Ze gebruiken de namen door elkaar. De meeste jachten gaan liggen in de mooie marina vlakbij het centrum. Maar Jeroen van de Netjer heeft een oom wonen in de wijk Ribeira aan de uiterste noordrand van de stad. Dit is wel een van de "slechtere" wijken van de stad. Het is er erg vuil, donker, arm een slecht onderhouden. Er zijn wel een paar kleine jachtclubjes en een jachtwerfje aan het ondiepe baaitje waar we nu liggen.
Omdat Jeroen en Sylvia nog het een en ander aan hun stalen schip (ontwerp van Koopmans) wilden laten doen zijn ze bij zo'n lokaal werfje gaan liggen.
De baas heet Jorge of Georgio o.i.d. maar zijn bijnaam is Bacelhau (hetgeen kabeljauw betekent). Dit was allemaal al geregeld door "oom Bertus". Ook had hij een technicus en een schilder geregeld zodat de Netjer er na een paar dagen weer erg mooi uitzag en er ook wat technische zaken waren verbeterd. Ze hebben de Netjer pas een half jaar en er gaat veel tijd in zitten eer zo'n schip naar je eigen zin is. Ik geloof dat het uiterlijk van het hele schip opknappen, bijwerken en poetsen en gedeeltelijk spuiten slechts zo'n 1000 reiaal oftewel 400 euro moest kosten.

Tussendoor even een verhaal over "oom Bertus".

Oom Bertus is 78 en woont al meer dan 45 jaar in Brazilië. Hij heeft als jong priester gewerkt in het Amazone-gebied onder de Indianen en de rubbertappers. Na de hausse in de rubberwinning rond de vorige eeuwwisseling (1900) waarin door enkelen ongelooflijke rijkdommen waren vergaard, stortte de hele handel rond 1915 volledig in. De handelaren gingen failliet maar de rubbertappers zaten gevangen in het gebied, omdat ze geen geld en mogelijkheden hadden om terug te keren naar hun geboortestreek, waaruit ze met valse voorwendselen waren weggelokt. Het waren eigenlijk lijfeigenen omdat ze constant in de schulden zaten bij hun bazen en dus niet weg konden. Het begon er al mee dat ze hun heenreis moesten terugbetalen en dat kon jaren duren. Als ze vluchtten werden ze door pistoleros doodgeschoten. Dit gebied is veel groter dan Europa en het was een en al armoe, ziekte en ellende daar. Bovendien waren de verbindingen slecht. Het meeste vervoer ging heel langzaam over de rivieren. Ik denk dat deze priesters meer maatschappelijk werkers en halve medici waren.
Toevallig hebben we aan boord een boek van Anthony van Kampen die in de zestiger jaren het Amazone gebied bezocht als journalist. Door een toevalligheid kwam hij als "heiden" in contact met de priesters in Manaus en is toen een aantal weken met een paar van die jonge en gedreven priesters de jungle in geweest om al die afgelegen nederzettinkjes te bezoeken en de mensen te helpen met voedsel en medicijnen en tussendoor dan nog de sacramenten te verzorgen bij geboorte en overlijden.
Anthony van Kampen ("Toon"zegt oom Bertus) was zo onder de indruk van het werk van deze priesters, en vooral van de ellende in de lepradorpen, dat hij terug in Nederland een aktie gestart is, in de kranten, die binnen korte tijd een paar honderdduizend gulden opleverde. Dat geld is zonder een cent verlies aan de priesters overgedragen, die er onder andere een lepra-afdeling in het ziekenhuis van Manaus van hebben bekostigd. Oom Bertus komt zelf ook in het boek voor onder een schuilnaam. Zo heeft hij tijdens die tocht over de rivieren een jong meisje geholpen. Dit meisje was met andere kinderen aan het zwemmen in de rivier; in hun blootje natuurlijk. Nu komt er in dat gebied een beestje (visje?) voor dat probeert om in de lichaamsopeningen van mensen en andere zoogdieren te kruipen. Eenmaal binnen zet het zijn stekels op en is er dan niet meer uit te krijgen. Je raadt het al. Bij dit meisje was zo'n kreng in haar vagina gekropen en ze begon vreselijk te gillen. Oom Bertus heeft het kind geholpen door, met veel moeite, het aalgladde beestje uit haar te trekken. Door de stekels bloedde ze hevig en ze hebben haar met spoed een paar uur verder de rivier op gevaren, waar een hospitaaltje van de nonnen was. Het meisje heeft het overleefd en zou er volgens de nonnen geen schadelijke gevolgen aan overhouden. Ze was nog zo jong dat alles nog wel vanzelf zou helen.
En nu komt het wrange. In die jaren vond men het dus nodig om voor oom Bertus een schuilnaam te verzinnen omdat hij, als priester, aan de vagina van dat meisje gekomen was. Ik zou zeggen: trek zelf je conclusies. Inmiddels is hij al heel lang uitgetreden en is getrouwd met Felicia (een weduwe met vijf kinderen) en woont nu dus in Salvador. Wij hebben grote bewondering voor dit soort priesters, die met hun poten in de bagger jarenlang tegen de bierkaai hebben gevochten met weinig hulpmiddelen en misschien weinig resultaat maar met grote volharding.
Hulde oom Bertus!

De sfeer is erg leuk bij dit werfje. Het heet Marina Saveiro Clube. Alles gebeurd met groot enthousiasme en veel lawaai en geroep. Iedereen zegt gedag en iedereen is hulpvaardig en vriendelijk. Alle hulpmiddelen zijn primitief. Zo moet elke keer als er een boot de helling op moet, een ploegje mannen het (een beetje vieze) water in om de boot recht op de kar te trekken. Bij de Netjer met zijn diepgang van 1.80 meter was dat helemaal een spektakel. Daarbij moest worden gedoken om te kijken of de boot goed op de kar kwam. En toen moest Jeroen ineens vol gas geven, tussen die zwemmende en duikende mannen door, om de boot er op te varen. Het zijn hier meestal motorbootjes en speedboten; dat gaat gemakkelijker. Maar met een groot improvisatievermogen en heel veel inspanning samen komen ze er toch steeds weer uit. Zelfs onze afgewerkte olie werd weer nuttig gebruikt. Die olie gooiden ze met grote scheuten over de staal-op-staal draaiende wielen van de karren. Met onze paar woorden Portugees en veel gebarentaal komen we vaak een heel eind. Gevleugelde zinnen zijn "Todo beng (of bong)" (alles goed?) of "Muyto beng" (heel goed of heel lekker). Verder is het voor de middag "Bong dia" en na de middag "Bong tarde" . Dus goedemorgen of goedemiddag. En bedankt is "Obrigado" (tegen een man) of "Obrigada" (tegen een vrouw). Maar dat wordt weer verkort tot "..brigad....". Dit alles een beetje met een neusklank uitgesproken.

We eten tussen de middag in de kantine die gerund wordt door Lulu en zijn vrouw Noeria. Let niet op de spelling van al deze namen want die weten we ook niet precies. Wij zijn "Pedro en Paola" natuurlijk en op de Netjer wonen Jerau en Sylviau. Maar het is erg gezellig. Er wordt in de kantine een daghap geserveerd voor ongeveer 4 reiaal (€ 1,60). Met een biertje of een fles cola erbij zijn we elke dag dus zo'n € 4,80 kwijt aan de lunch voor ons tweeën. De maaltijd bestaat altijd uit een bord bonen (Fijeao) en daarbij is er dan een schaaltje stoofvlees, kip of een paar bieflapjes en een beetje sla. Erbij komt dan nog wat rijst en/of spaghetti.

Op tafel staat een pot maispoeder (lijkt paneermeel) en daarmee wordt van de bonenschotel een soort beton gemaakt. En er is altijd een soort pittige chilisaus. Het is allemaal heel authentiek en best lekker, hoor. We koken niet zelf. Intussen staat overal waar je komt de televisie erg hard aan of een geluidsinstallatie. En niemand luistert of kijkt ernaar. Ik denk dat de mensen hier niet tegen stilte zouden kunnen. Alles gaat met harde muziek, hard praten, roepen, en veel lachen. Druk,druk,druk, dus!

Intussen ervaren we hier natuurlijk veel meer de ware aard van Brazilië dan in zo'n stads jachthaven. Vrijdagavond nam Lulu (kantinebaas) ons mee naar zijn eigen woonbuurt vlakbij, waar weer een garage was omgebouwd tot cafe (El Cantinho). Nou ja, omgebouwd; er waren plastic stoelen en tafels in gezet. Meer niet! Deze tent leek ook van Lulu te zijn. Het was trouwens een buurt waar je als toerist niet zo gauw in zou lopen. Maar Lulu stelde ons voor aan wat mensen en we werden ook hier met brede glimlachen en heel welwillend ontvangen. Intussen kwam Lulu weer aan met een lekkere hap. Het was een soort maispuree met stukjes uitgebakken spek. Heel lekker! We moeten ze echt afremmen af en toe. Anders komen ze met veel te grote happen eten aan. En ook nu weer "van het huis". De rekening voor een paar rondjes bier was 17 reiaal (€ 6,80) Niemand spreekt hier een woord Engels dus ook hier ging alles met veel gebaren. Het leuke is dat de mensen niet gegeneerd zijn dus het verloopt met veel gelach en heel ontspannen. En als het niet lukt om iets duidelijk te maken is het ook goed. Midden in de nacht, in het pikkedonker, liepen we weer terug door die toch wat lugubere wijk. Je ziet ook regelmatig bewakers op een straathoek zitten. En er zijn veel poitieposten in de stad en bij de banken staan bewakers. Dat zal toch niet voor niets zijn. Maar het is nou ook weer niet zo dat we ons erg bedreigd voelden. Je gaat natuurlijk niet in je driedelig pak met laptop en dikke portefeuille door zo'n buurtje lopen. Wij lopen in lange korte-broek en T-shirt hebben alleen wat los geld op zak; zo'n 50 reiaal (twintig euro). Daar kan je een hele avond van doorzakken.
Gisterenavond was er een straatfestival bij het strand met behoorlijk goede internationale acts. Het werd op de kade gehouden en de stadsbussen bleven daar ook gewoon rijden. Niemand die zich daar druk over maakte. Aan die kade zit ook nog een echte ijssalon met zelfgemaakt ijs. Dat zie je hier niet zoveel. We zondigen dus wel af en toe. Maar aangezien we allebei aardig afgevallen zijn mag dat ook wel. We eten hier vrij weinig. Waarschijnlijk komt dat door de warmte. Maar we voelen ons er goed bij.

Intussen moet je niet denken dat we hier vakantie vieren. Er zijn altijd klussen en klusjes te doen ondanks het feit dat we een nieuw schip hebben. Alles vergt hier veel tijd. Vooral als je onderdelen of materialen nodig hebt. Alleen al geld pinnen vergt een hele reis per taxi. Zo zijn we samen met Sylvia op pad geweest om onze laptops te laten repareren. Dat valt hier dus niet mee. Uiteindelijk hebben we een bedrijfje gevonden waarvan we denken dat ze het zouden kunnen. Maar dan ben je al weer een halve dag verder. Ze gaan een prijsopgaaf doorbellen aan oom Bertus, dus duimen dat het lukt. Foto's opsturen lukt momenteel niet want de firma Microsoft bleek een "virus" in zijn eigen systeem te hebben ingebouwd. Toen ik onze boordcomputer ging voorzien van een legaal programma om CD's te branden verscheen er een mededeling dat de hardware samenstelling van het systeem nu zo sterk was veranderd ten opzichte van de basis instellingen dat het systeem opnieuw "geactiveerd" moest worden. Volgens mij is het een verkapte methode om te kijken of je niet met een illegale versie van Windows aan het werk bent. Deze computer is namelijk nooit on-line dus ze hebben hem nooit via internet kunnen opsporen, hoewel het een legale Windows versie is. "Big brother Microsoft is watching you via the internet!" Nu bouwen ze dus in een programma als Nero een soort virus in dat alsnog zorgt dat je on-line moet om je systeem te redden. Volgens mij zijn het boeven bij Microsoft. Pure Internet Mafia. Ik zou wel eens met een directielid in de clinch willen. Het probleem is namelijk dat we met deze computer niet on-line kunnen om te "reactiveren", omdat hij ingebouwd zit in de boot. Maar dan kan je, in plaats daarvan, ook gratis bellen in het land waar je verblijft. Maar het Braziliaanse nummer was niet te begrijpen en uitsluitend in het Portugees. Omdat Microsoft dreigde dat het systeem zichzelf binnen drie dagen zou afsluiten heb ik in arren moede, midden in de nacht, een Nederlands betaalnummer gebeld en nu is ons systeem weer opnieuw "geactiveerd". Maar intussen durf ik nu niet opnieuw die software te installeren want ons hele Sailmail systeem en het C-map programma zijn van deze boordcomputer afhankelijk. Voorlopig dus geen foto's. Ik bewaar ze wel op een losse harde schijf. Deze kan ik wel koppelen aan de boordcomputer.

Zo kom je dus je dagen wel door zonder je te vervelen. Ik zal voor de aardigheid nog een ander probleempje beschrijven en uitleggen hoeveel tijd en werk het kost om het op te lossen.
Hier bij het jachtwerfje hebben ze 110 volt. Dat is dus niet geschikt voor ons systeem. Nu bleken ze ook op sommige ligplaatsen 220 volt te hebben dus dat was mooi. Dan kunnen we de accu's laden en onze lekker grote ventilator aan hebben in de boot en de waterkoker gebruiken; ideaal dus. Intussen zaten we ook met een flinke was dus ook de wasmachine moest draaien. Maar dat ging niet helemaal goed. Hij volgde een raar wasprogramma en uiteindelijk wilde hij niet centrifugeren en leegpompen. Volgens Paula had hij op Las Palmas ook al wat raar gedaan. Goede raad was duur want net zoals bij jullie heeft de machine geen goede mogelijkheid om hem leeg te laten lopen en je kon ook de deur niet opendoen. Alleen via het knopenfilter onderaan kan je het water er uit laten lopen. Dat gaf uiteindelijk een grote puinhoop want je kunt er geen bak onder houden omdat het afdekklepje in de weg zit. Zo liep dus het meeste water over de kooi, over de vloer en in de bilge van de achterhut. Heb je wel eens een grote emmer water omgegooid in de woonkamer? Dan heb je een idee hoeveel water dat is. Dus alle spullen uit de weg en alles droog gemaakt. Toen moest de machine uitgebouwd worden. Hoewel Jaap, de timmerman van Breehorn, vorige winter beweerde dat je slechts twee klosjes los hoefde te schroeven om de machine naar voren te halen, moet ik hem teleurstellen. De halve achterhut moest uit elkaar want op de deksel van de machine zitten twee latten gelijmd die weer aan beide zijkanten in de kast zijn vastgeschroefd. Je kunt daar pas bij als de hele kast uit elkaar is. Op zich is dat goed voor zo'n zwaar voorwerp aan boord. Het moet niet aan de haal gaan bij slecht weer of een koprol (even afkloppen). Stel je dit allemaal voor bij 35 graden in een zeer kleine ruimte met een lijf van 2,02 meter. Er was een voordeel: ik kon me als een paling bewegen in die kleine ruimte doordat ik volkomen drijfnat was van het zweet. Ik glibberde overal tussendoor. Paula moest regelmatig de vloer dweilen. De volgende zaak waar ik me zorgen over maakte was dat de machine te groot zou zijn om nog uit de achterhut te kunnen. En in de achterhut was niet genoeg ruimte om hem open te maken. Ik had al visioenen van een doormidden gezaagde wasmachine om hem überhaupt kwijt te raken. Gelukkig bleek dit, na een enigszins slapeloze nacht, niet nodig. Als ik de programmaknop er af haalde, en de deur van de hut er uit, kon hij net door de deuropening. Wat een geluk. Was het toeval of heeft de werf er rekening mee gehouden?
Alles werd goed bekeken en de achterkant en de bovenplaat eraf gehaald. De pomp wilde niet lopen maar dat kan ook in de schakelklok of in de elektronica zitten. De hele computer eruit gesloopt, alles bekeken, en gekeken of er oxidatie was op de printplaat of de stekkers. Alles zag er goed uit. Wederom was goede raad duur. Jeroen is elektrotechnicus en keek mee. Hij ontdekte dat er achter de deurschakelaar nog een elektrische component zat die los leek te zijn uit het schakelblok. Toen hebben ik ook het voorpaneel er afgehaald en met veel moeite het schakelblok weer in elkaar gezet. We waren blij dat we het gevonden hadden, hoewel het niet duidelijk was waarom de pomp het hierdoor niet deed. Alles weer in elkaar gezet en de machine weer de hut ingetild want daar zat de kraan aansluiting. Vol verwachting de machine aangezet maar uiteraard (gelukkig) nog niet alle betimmering weer gemonteerd. De machine leek het te doen maar het wasprogramma leek wat vreemd te schakelen. En toen wilde hij ook nog steeds niet leegpompen. Gelukkig konden we er nu een grote plastic bak onder zetten omdat de machine naar voren kon. Eerst maar eens een nachtje slapen. De derde dag weer de machine uit de hut gesjouwd en de pomp uitgebouwd. Met een hulpsnoertje laten draaien op 220 volt. Dat leek goed te zijn. Daarna alle slangen gecontroleerd op verstoppingen. Toen een constructie gemaakt waarmee we water konden toevoeren aan de pomp en af laten vloeien. Stroom er op en ...niks. Pomp helemaal uit elkaar gehaald en weer getest. Toen bleek dat de impeller (het schoepje) niet ronddraaide maar heel snel heen en weer "flutterde" zodat het leek of hij draaide. Dus toch een nieuwe pomp nodig. Maar hier is alles 110 volt dus moeten we er een uit Nederland laten komen. Maar waar laat je die heen sturen of door wie laat je die meebrengen. Ineens komt Jeroen aanlopen. "Zeg Peter, ik heb eens in die stroomzuiltjes op de steiger gekeken. Weet je hoe ze die 220 volt "maken"? Ze hebben gewoon de twee spanningsdraden van de 110 volt gecombineerd en zo komen ze aan 220 volt." Maar het is dus de plaatselijke 60 hertz frequentie en daar loopt waarschijnlijk die pomp niet op en ook de schakelklok en de printplaat raken in de war. Ik ging gelijk testen op de omvormer aan boord. Die levert 220 volt met een zuivere 50 hertz. En ja hoor. Het motortje liep als een zonnetje. De hele boel dus weer gemonteerd en de machine weer de achterhut in en toen de was gedraaid op de omvormer van de boot. Alles werkt weer. Zo zie je hoe je drie dagen bezig kan zijn zonder dat er een echt probleem was; behalve dan de losgeraakte deurschakelaar. En dan hebben we tussendoor ook nog olie ververst en filters vervangen bij de Yanmar.
Jullie hoeven echt niet jaloers op ons te zijn. ..... Maar wel heus!

Het is nu even afwachten hoe het met de laptop loopt. Het liefst wachten we even tot hij klaar is zodat we weer wat met foto's e.d kunnen doen. Dan kunnen we Arie weer blij maken met foto's voor de website. Vanmiddag zijn we met de Zodiac de kleine baai rond gevaren. Vlakbij ons is een krottenwijk met zelfs paalwoningen (paalkrotten) boven het water. En heel veel zwerfvuil in het water en op de oevers. Toch zie je regelmatig kinderen zwemmen in dat vuile water.
Als we de laptop hebben gaan we verder de baai in en een rivier op; de Paraguacu. De coördinaten voor Google Earth zijn ongeveer: 12*50Z en 38*50W. Als we de verhalen mogen geloven liggen hier de mooiste ankerplekjes ter wereld. En er zijn nog geheel authentieke dorpjes waar alles per kano of paard gaat. We zijn benieuwd. Met een dag of drie verwachten we ook de Giebateau en de Seebaert. We zullen dus nog wel wat dingen samen gaan doen. Na een week of twee gaan we terug naar Salvador en dan gaan we wèl in de stad liggen. Het centrum is erg leuk; met veel terrasjes en winkels. Ook is het dan gemakkelijk om weer uit te klaren want het havenkantoor is naast de jachthaven.

Nou, jullie zijn weer op de hoogte. Zodra er weer foto's zijn laten we het weten.

Voor nu veel liefs van Peter en Paula. Er staat een Gin en tonic voor me klaar!